Welke onderzoeken kan de arts uitvoeren?

 

  • CT-scan

    Een CT-scan is een onderzoek om naar de binnenkant van je lichaam te kijken. Tijdens het onderzoek lig je op een tafel die in een grote machine schuift. De verpleegkundige maakt een reeks röntgenfoto’s van je lichaam terwijl je in die machine ligt. Dat maakt een zoemend geluid. De dokter kan jouw foto’s dan langs alle kanten bekijken om te achterhalen wat er juist aan de hand is. Het is belangrijk om heel stil te liggen tijdens het onderzoek.

     

     

     

  • Echografie

    Met een echografie kijkt de dokter naar de binnenkant van je lichaam alsof hij naar een film kijkt. De dokter zit voor een computer en smeert gel op de plaats die hij wil onderzoeken. Daarna beweegt hij met een apparaat met een ronde kop over je lichaam en op het computerscherm zie je van alles verschijnen. Je weet waarschijnlijk niet wat je ziet maar de dokter legt alles uit. Het is heel belangrijk dat je stilligt tijdens het onderzoek.

     

  • EEG

    Tijdens een EEG onderzoeken we de werking van je hersenen. De verpleegkundige plakt met behulp van lijm elektroden (metalen plaatjes met draden eraan) op je hoofd. De elektrische activiteit van je hersenen wordt via de draadjes naar het EEG-apparaat gestuurd. Tijdens het onderzoek moet je een aantal opdrachten uitvoeren zoals je ogen openen en sluiten. De verpleegkundige kijkt op de computer naar de reactie van je hersenen. Het is belangrijk dat je goed stilzit tijdens het onderzoek zodat de verpleegkundige de EEG goed kan bekijken.

  • ECG

    Een ECG of elektrocardiogram noemen we ook wel eens een hartfilmpje. De dokter of verpleegkundige bevestigt plakkers op je borst, armen en benen. Het draadje dat aan de plakkers hangt, is verbonden met een computer. De computer zal de werking van je hartspier meten. Tijdens dat onderzoek is het belangrijk dat je heel stil blijft liggen.

  • Lactose-ademtest

    Met de lactose-ademtest onderzoeken we of je lichaam lactose goed verteert. Lactose is een soort suiker die in de melk van alle zoogdieren voorkomt. Om dat te testen, meten we de hoeveelheid waterstof in je adem. Je moet op een buisje blazen en dan kunnen we de hoeveelheden meten. We meten eerst je adem als je nuchter bent, daarna drink je een speciale vloeistof en moet je nog een aantal keer op het buisje blazen. Tussendoor mag je spelen maar je mag nog altijd niets eten of drinken. Na het onderzoek mag je opnieuw normaal eten. Als er meer waterstof in je adem zit na het drinken van de vloeistof verteer je lactose niet goed.

     

     

     

     

  • Radiografie

    Wanneer je je pijn gedaan hebt, zal de dokter je naar de afdeling medische beeldvorming sturen. Op die afdeling maken ze foto's van de binnenkant van je lichaam. Zo kan de dokter zien of je bijvoorbeeld je arm gebroken hebt. Om een mooie foto te kunnen maken, vraagt de verpleegkundige om op een tafel te liggen of om recht te staan voor een groot fototoestel.

     

     

  • MR (magnetische resonantie)

    Met een MR-onderzoek wil de dokter een duidelijk beeld krijgen van de binnenkant van jouw lichaam. Het toestel zit verstopt in een tunnel. De verpleegkundige zal vragen om op een tafel neer te liggen. Die tafel schuift in de tunnel en dan maakt het toestel foto’s van jou! Het toestel maakt een hard geluid, maar je hoeft niet bang te zijn want het onderzoek doet helemaal geen pijn.

  • Skeletscintigrafie

    Een skeletscintigrafie noemen we ook wel eens een botscan. Eerst ga je naar de dienst kindergeneeskunde waar de verpleegkundige een infuus in je arm inbrengt.

    Vervolgens ga je naar een andere verpleegkundige die een kleine hoeveelheid radioactief product toedient. Nu moet je even wachten tot het radioactieve product verspreid is in je hele lichaam. Je kan ondertussen een beetje spelen. Als je terugkomt voor de foto’s vraagt de verpleegkundige eerst om te plassen. Vervolgens mag je op de tafel liggen. De tafel schuift dan traag door de camera. Het onderzoek duurt ongeveer 30 minuten en ook hier is het heel belangrijk dat je stilligt.

     

     

     

     

  • Bloed prikken

    Als je ziek bent, zal de verpleegkundige bloed prikken om te onderzoeken wat er juist scheelt. Eerst bevestigt hij een strakke armband rond je arm en maakt de plaats van het prikje proper met een nat doekje. Meestal is dat je arm of je hand. Je zal een klein prikje van de naald voelen. De verpleegkundige zal een paar buisjes bloed verzamelen en haalt daarna de naald er weer uit. Op de plaats van de prik krijg je dan een plakkertje.

  • Lumbaalpunctie

    Een lumbaalpunctie is een speciale prik in je rug. De dokter wil het vocht onderzoeken dat tussen je ruggenwervels zit. Tijdens de lumbaalpunctie moet je je rug krommen: ofwel lig je op je zij en trek je je knieën op ofwel zit je neer en buig je helemaal voorover. Als de dokter klaar is, moet je nog 6 uren blijven neerliggen zodat je zeker geen hoofdpijn krijgt.

© az groeninge 2015 - Gebruiksvoorwaarden - www.azgroeninge.be